Overal klinkt de oproep om meer te bouwen. Meer woningen, meer uitbreidingen, meer plannen op papier. Maar voordat we opnieuw het landschap aanwijzen als oplossing voor de woningcrisis, is er een ongemakkelijke vraag die we onder ogen moeten zien: waarom bouwen we bij, terwijl duizenden woningen leegstaan?
4.050 woningen staan leeg in Parkstad. U leest het goed: vierduizendvijftig woningen. In heel Nederland – een land dat kampt met een structureel woningtekort – gaat het om 194.680 leegstaande woningen. Dat betekent dat ongeveer 2 procent van alle leegstaande woningen zich in Parkstad bevindt. Deze cijfers zijn afkomstig uit de Leegstandsmonitor van het CBS van oktober vorig jaar, waarin de administratieve leegstand[1] op 1 januari 2025 is verwerkt.
Naast woningen is er ook leegstand in andere typen verblijfsobjecten. In totaal staan in Parkstad 5.160 objecten leeg, bestaande uit 4.050 woningen en 1.110 niet-woningen, zoals winkels, kantoren en maatschappelijke gebouwen. Het totale leegstaande vloeroppervlak bedraagt 963.170 m², waarvan 508.820 m² (ruim de helft) bestaat uit woonruimte (zie de tabel).

Het gaat hier om duizenden woningen die – al dan niet na renovatie – relatief snel bewoond zouden kunnen worden, aangevuld met leegstaande winkels, kantoren en scholen die geschikt zijn voor transformatie naar woonruimte. Ook in kleinere gemeenten is de leegstand aanzienlijk. In Voerendaal bijvoorbeeld staan 140 woningen en 30 niet-woningen leeg.
Buiten deze administratieve leegstand van objecten zijn er ook nog woningen waarvan wel een gebruiker voor de WOZ bekend is, maar die desalniettemin toch niet bewoond zijn. Dit kan uiteraard tijdelijk zijn, maar ook een meer permanente status hebben. In het totaal zijn er in Parkstad 7.100 woningen niet bewoond, in Voerendaal 299 (bron Statline). Dat zijn dus, voor Voerendaal, 159 woningen extra. In het totaal was op 1 januari 2025 in Voerendaal 5,1% van de woningen onbewoond. Dit percentage ligt al jaren rond dit percentage (zie grafiek).

Er zijn meerdere redenen waarom het aanpakken van leegstand de voorkeur verdient boven nieuwbouw. Allereerst voorkomt hergebruik verdere verloedering, waardedaling van wijken en daarmee samenhangende problematiek zoals criminaliteit en sociale onveiligheid. Daarnaast is de milieu-impact aanzienlijk kleiner: hergebruik bespaart grondstoffen, beperkt stikstofuitstoot en voorkomt extra verharding van het landschap.
Ook de tijdswinst is groot. Veel van deze objecten kunnen sneller worden bewoond dan nieuwbouwwoningen. De infrastructuur ligt er al, net als aansluitingen op het elektriciteitsnet. Voor bestaande woningen is bovendien geen volledig nieuw vergunningstraject nodig, al zijn bij ingrijpende renovaties uiteraard aanvullende vergunningen vereist.
Toch wordt in de praktijk vaak gekozen voor nieuwbouw. De belangrijkste reden is financieel van aard. Nieuwbouw is lucratiever voor projectontwikkelaars, en ook voor gemeenten leveren bouwleges en grondexploitatie direct zichtbare inkomsten op. De maatschappelijke kosten van leegstand – zoals extra handhaving, onderhoud van onderbenutte infrastructuur en het verlies aan leefbaarheid – komen daarentegen minder expliciet terug in de begroting.
De vraag dringt zich dan ook op: zullen we eerst de leegstand in onze gemeenten aanpakken, voordat we waardevolle ecologische verbindingszones volbouwen? Een serieuze inzet op hergebruik en transformatie komt niet alleen de woningmarkt ten goede, maar versterkt ook de leefbaarheid en duurzaamheid van onze regio.
[1] Er zijn geen personen ingeschreven op het object in de basisregistratie personen, geen bedrijven in het handelsregister en geen gebruiker voor de WOZ bekend.
Plaats een reactie